zondag 12 februari 2017

Turkey, a safe third country?

Can Turkey be considered to be a safe third country in light of the Asylum Procedures Directive, Refugee Convention and European Convention on Human Rights?

#scriptie

Algemeen Ambtsbericht Eritrea februari 2017
Country policy and information note: Hindus and Sikhs, Afghanistan, February 2017
Country policy and information note: sexual orientation and gender identity, Liberia, February 2017
Security Council Press Statement on Terrorist Attack in Kabul, 7 february 2017

zondag 5 februari 2017

WI 2017/1 (Grensprocedure)
Thematisch ambtsbericht dienstplicht in Syrië, 23 december 2016
Syrien - Medborgarskap och officiella dokument (version 1.1)
UNHCR's position regarding the detention of refugee and migrant children in the migration context, January 2017
Applicability of the Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War, of 12 August 1949, to the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem, and the other occupied Arab territories : resolution / adopted by the General Assembly
BA (Returns to Baghdad) Iraq CG
Rapport van het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (CPT) naar aanleiding van het zesde reguliere bezoek aan Nederland (2-13 mei 2016)
Technische informatie over de publicatie Besluit van de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie van 11 januari 2017, nummer WBV 2017/1, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

Terugbrenging beslistermijn tot 6 maanden 
BESLUIT van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van [datum], nummer 2033666 tot het verlengen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor asielzoekers afkomstig uit Burundi, 1 februari 2017
Lounani t Belgie 31 januari 2017 C‑573/14

Prejudiciële verwijzing – Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht – Asiel – Richtlijn 2004/83/EG – Minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling – Artikel 12, lid 2, onder c), en artikel 12, lid 3 – Uitsluiting van de vluchtelingenstatus – Begrip ,handelingen welke in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties’ – Draagwijdte – Leidinggevend lid van een terroristische organisatie – Strafrechtelijke veroordeling wegens deelneming aan de activiteiten van een terroristische groep – Individueel onderzoek

Het Hof (Grote kamer) verklaart voor recht:

1)      Artikel 12, lid 2, onder c), van richtlijn 2004/83/EG (...), en de inhoud van de verleende bescherming moet aldus worden uitgelegd dat de daarin vervatte grond voor uitsluiting van de vluchtelingenstatus niet kan worden geacht alleen aanwezig te zijn indien de persoon die om internationale bescherming verzoekt, is veroordeeld wegens een van de terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 1, lid 1, van kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding.

2)      Artikel 12, lid 2, onder c), en artikel 12, lid 3, van richtlijn 2004/83 moeten aldus worden uitgelegd dat daden van deelneming aan de activiteiten van een terroristische groep, zoals de daden waarvoor verweerder in het hoofdgeding is veroordeeld, een rechtvaardiging kunnen vormen voor de uitsluiting van de vluchtelingenstatus, ook al wordt niet aangetoond dat de betrokkene terroristische daden, zoals nader omschreven in de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, heeft gepleegd dan wel daartoe een poging heeft ondernomen of daarmee heeft gedreigd. In het kader van het individuele onderzoek van de feiten, op basis waarvan kan worden beoordeeld of er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat een persoon zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, dan wel heeft aangezet tot of anderszins heeft deelgenomen aan dergelijke handelingen, komt een bijzondere betekenis toe aan de omstandigheid dat deze persoon door de rechterlijke instanties van een lidstaat is veroordeeld wegens deelneming aan de activiteiten van een terroristische groep, alsmede aan de vaststelling dat die persoon een leidinggevend lid van deze groep was, zonder dat hoeft te worden aangetoond dat de betrokkene zelf heeft aangezet tot of anderszins heeft deelgenomen aan een terroristische daad.